KENNISMARKT KODA

Donderdag 20 juni 2002, Ahoy Rotterdam

De Stichting KETON (Kennisontwikkeling TD en Onderhoud) organiseerde op 20 juni 2002 in samenwerking met Ahoy Rotterdam en TIM Vakblad voor TD en Onderhoud de Kennismarkt OnderhoudsDiensten en -Advies (KODA). Het seminar werd voorgezeten door Martin van den Hout van Vadeo Onderhoudsadvies.



Dhr. Van den Hout hield tijdens dit seminar de openingslezing:

"De nieuwste technieken voor toestandsafhankelijk onderhoud."

Speciaal voor dit KETON seminar, heeft Vadeo een survey uitgevoerd van de nieuwste mogelijkheden op het gebied van toestandsafhankelijk onderhoud. Door de snelle technische ontwikkelingen op dit gebied, kunnen in rap tempo steeds meer storingen, steeds betrouwbaarder, voorspeld worden. Omdat de lezing de allernieuwste ontwikkelingen toonde, zijn er in de sheets ook een aantal technieken getoond die nog niet volledig ontwikkeld zijn. Daardoor kunnen een aantal van deze technieken in een aantal gevallen minder goed bruikbaar blijken. In de nabije toekomst zal dat echter zeer zeker veranderen.

Waarom is toestandsafhankelijk onderhoud zo belangrijk?

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is tijdsafhankelijk onderhoud, ook wel gebruiksafhankelijk onderhoud genoemd, vaak niet zinvol. Wetenschappelijke studie heeft aangetoond dat slechts 11% van de faalwijzen van technische installaties een min of meer vast tijdsinterval kent. Dit betekent dat alleen voor deze 11% periodiek vervangen of reviseren van componenten zinvol zou kunnen zijn. Het betekent ook dat we voor de overige 89% van de faalwijzen een andere methode moeten vinden om de betrouwbaarheid te garanderen. Hiervoor kunnen we kiezen uit een aantal mogelijkheden:

  • De installaties niet onderhouden en pas repareren als ze in storing raken. Dit is echter in veel gevallen onacceptabel
  • De installaties redundant uitvoeren, wat leidt tot grote investeringen
  • De toestand van de installaties bewaken om een toekomstige storing tijdig te signaleren.
  • Het voorspellen van storingen kan op vele manieren:

    • Met de menselijke zintuigen
    • Door bewaking van installatieprestaties, met technieken zoals Statistical Proces Control
    • Door gebruik van geavanceerde meetapparatuur, zoals infra-rood, trillingsmetingen, ultrasoonmetingen etc.

    De toekomst van deze laatste categorie zullen we in deze lezing nader onderzoeken.

    Het is natuurlijk onmogelijk om de toekomst echt te voorspellen. Om toch een idee te krijgen van wat ons te wachten staat, hebben we ons twee vragen gesteld.
    De eerste vraag is: "Wat kan er nog verbeterd worden aan de apparatuur die gebruikt wordt voor conditiebewaking?".
    We kunnen deze vraag ook anders formuleren als: "Op welke manier kan conditiebewaking een betere bijdrage leveren aan de productiviteit van technische installaties en het bedrijfsresultaat?"
    De tweede vraag is: "Welke ontwikkelingen zijn er nu al zichtbaar op het gebied van conditiebewaking?"

    Op welke manier kan conditiebewaking een betere bijdrage leveren aan de productiviteit van technische installaties en het bedrijfsresultaat?

    1. Door zoveel mogelijk faalwijzen te voorspellen. Op dit moment is een beperkt aantal soorten conditiemetingen populair. Dit zijn onder andere trillingsmetingen, olieanalyse, thermografisch onderzoek van elektrotechnische installaties en ultrasoon onderzoek. Met deze technieken is momenteel grofweg eenderde van de optredende storingen te voorspellen.
      Door bredere toepassing van deze meetprincipes en toepassing van vele nieuwe principes kunnen veel meer storingen voorspeld worden.
    2. Door toekomstige storingen betrouwbaar te voorspellen. Vaak worden signalen van toekomstige storingen niet tijdig opgemerkt. Veel signalen worden beïnvloed door omstandigheden als temperatuur, belastingsgraad van een installatie, toerental of zelfs de persoon die een meting uitvoert. Een kleine verandering in een meting, wordt daarom al gauw toegeschreven aan een van deze factoren.
      Om de betrouwbaarheid te vergroten zal het daarom nodig zijn om deze factoren zoveel mogelijk uit te schakelen. De software van de apparatuur moet dus in staat zijn om deze invloedsfactoren te verdisconteren.
    3. Door het meten in optimale intervallen. In theorie is het meest optimale interval afhankelijk van de tijd tussen het moment dat een toekomstige storing voor het eerst meetbaar voorspeld kan worden en het moment dat het component daadwerkelijk in storing raakt. In de praktijk is echter voor veel technieken dit interval niet goed bekend.
      Eén van de mogelijkheden om dit probleem te omzeilen is het overgaan op continue inline metingen.
    4. Door duidelijk vast te stellen wát er nu precies mis is. Een te grote trilling van een installatie kan door tal van oorzaken veroorzaakt worden.
      Om goede tegenmaatregel te kunnen nemen is het noodzakelijk te weten wat precies de oorzaak is. De interpretatie van de meetresultaten moet dus tot een gespecificeerde diagnose leiden.
    5. Door een compleet beeld van de toestand van een installatie te geven. Stel dat een meting vaststelt dat de lagers van een pomp aan vervanging toe zijn, dan weten we nog niet wat de toestand van de overige componenten van de pomp (waaier, seals, pomphuis etc.) is. Vaak besluit men, als de pomp toch gedemonteerd moet worden, om ook deze onderdelen voor de zekerheid maar te bestellen. In veel gevallen is dit overbodig. Als men echter wacht tot de pomp gedemonteerd is en de onderdelen pas bestelt als ze visueel beoordeeld zijn, gaat kostbare tijd verloren.
      Het zou dus goed zijn een compleet beeld te kunnen krijgen, zodat vooraf de juiste beslissing genomen kan worden. Het krijgen van een compleet beeld is op dit moment vaak moeilijk door het feit dat de informatie over de installatie in verschillende systemen is ondergebracht, zoals het onderhoudsinformatiesysteem, de apparatuur van de conditiebewaking en de procescomputers.
    6. Door de kosten van conditiebewaking zo laag mogelijk te houden.
      Een van de mogelijkheden hiervoor is het dermate eenvoudig maken van de apparatuur dat hij door de interne technische diensten of zelfs door productiemedewerkers te bedienen is. Onder bedienden verstaan we hier niet alleen het uitvoeren van de eigenlijke meting, maar ook het interpreteren van de resultaten. Om dit mogelijk te maken, moet de apparatuur zelf de goede diagnose kunnen stellen en voorzien worden van expert databases.
    7. Door bij te dragen aan een langere levensduur van technische installaties.
      Conditiebewaking kan niet alleen bijdragen aan het voorspellen van storingen, het kan er ook voor zorgen dat de storingen veel minder vaak optreden. Dit kan onder andere door een goede controle van installaties bij in bedrijf name. Vaak wordt de levensduur van componenten onnodig beperkt door bijvoorbeeld uitlijningsfouten, funderingsfouten, onbalans, verkeerd gespannen V-riemen, cavitatie et cetera.
    8. Door bij te dragen aan optimale prestaties van in bedrijf zijnde apparatuur. Hierbij kunt u denken aan het beter afstellen van dieselmotoren, het beter inregelen van regelkleppen of het beter afstellen van gasbranders.

    Welke ontwikkelingen zijn er nu al zichtbaar op het gebied van conditiebewaking?

    1. Er worden steeds meer principes benut om te conditie van installaties te bewaken.
    2. Voor steeds meer types metingen is in-line apparatuur beschikbaar.
      Er zijn bijvoorbeeld sensoren voor trillingsmetingen, in-line olieanalyse of continue bewaking van electrische signalen.
    3. De in-line geplaatste sensoren worden steeds "intelligenter", waardoor ze zelf hun signalen kunnen verwerken.
    4. Systemen worden uitgerust met databases die het mogelijk maken vast te stellen door welke oorzaak een bepaald meetsignaal veroorzaakt wordt. Zo kan trillingsmeetapparatuur vaststellen of een trilling veroorzaakt wordt door onbalans, uitlijnfouten, soft foot, lagerschade etc.
    5. Steeds meer componenten worden standaard uitgerust met diagnose-apparatuur
    6. Conditiebewaking behoort steeds meer tot de normale gang van zaken binnen technische omgevingen
    7. Er is steeds meer integratie tussen procesbesturingssoftware, conditiebewakingsapparatuur en onderhoudsinformatiesystemen.
    8. De kosten per meetpunt worden steeds lager. Hierdoor vindt er een toename plaats van het aantal meetpunten in technische installaties.
    9. Er is steeds meer aandacht voor de betrouwbaarheid en levensduur van technische installaties, waardoor de apparatuur ook steeds meer gebruikt wordt voor het controleren van installaties bij in-bedrijfstelling.

    Tijdens de presentatie op het KETON-seminar zijn een aantal van deze trends toegelicht. In de bijgevoegde sheets kunt u mooie voorbeelden zien van praktijktoepassingen.

    Wilt u de sheets van deze lezing zien, klik dan hier.

    Meer informatie over dit seminar is te vinden op de site van de
    stichting KETON